Position paper over de rafelranden van het middenveld: hybride organisaties

Position paper over de rafelranden van het middenveld: hybride organisaties

Bart Verhaeghe
position paper
Downloads
Deze positiepaper belicht de organisaties die zich in de rafelranden van het middenveld bevinden. Deze organisaties, die we benoemen als hybride, vertonen karakteristieken uit verschillende maatschappelijke domeinen zoals bv. markt en middenveld. Wat is hybriditeit? Wat zijn de oorzaken ervan en wat zijn de organisatorische effecten ervan?

Korte samenvatting van de paper

In de maatschappelijke driehoek situeren we het middenveld tussen markt, gemeenschap en overheid. Het is een heterogene verzameling van private, formele, non-profit organisaties. Deze positiepaper belicht de organisaties die zich in de rafelranden van het middenveld bevinden. Deze organisaties, die we benoemen als hybride, vertonen karakteristieken uit verschillende maatschappelijke domeinen (vb. markt en middenveld). Hybridisering is afhankelijk van de startpositie; waar bevond een organisatie zich in het driehoek-model bij oprichting en waar beweegt het naar toe? Gegeven de historische verweving tussen middenveld en overheid in Vlaanderen kozen we ervoor om te focussen op de beweging van middenveld naar markt en van middenveld naar gemeenschap. Op basis van de internationale literatuur beantwoordt deze positiepaper drie vragen:

  • Wat is hybriditeit?
  • Wat zijn de oorzaken van hybriditeit?
  • Wat zijn de organisatorische effecten van hybridisering van middenveldorganisaties richting de markt en de gemeenschap?

We hanteren in deze paper een organisatorische perspectief. We focussen specifiek op de missie, het bestuur en het management van hybride middenveldorganisaties.

Conceptualisering hybriditeit

Hybriditeit is een complex begrip. Om de vertaalslag te kunnen maken van het conceptuele (wat is het?) naar het empirische (hoe gaan we er praktisch mee aan de slag?) argumenteren we dat we moeten focussen op de ‘intensiteit’ van het hybride karakter van een organisatie. Deze benadering stelt dat hybriditeit een organisatorisch spectrum is (figuur 1). Bijvoorbeeld, een sociale onderneming vertoont zowel kenmerken van een middenveldorganisatie (vb. sociale missie) en een bedrijf (vb. commerciële inkomsten). Kortom, deze organisatie bevindt zich op het spectrum dat begrensd wordt door aan de ene kant een ideaaltypische non-profit en aan de andere kant een ideaaltypisch bedrijf. De term ideaaltypisch refereert niet naar de ‘ideale’ organisatie, wel in welke mate een organisatie beantwoord aan een theoretisch model. De ideaaltypische organisatie bestaat in de praktijk niet.

Hybride organisaties

Figuur 1. Hybride organisaties, een spectrum benadering

Oorzaken hybriditeit

Waarom hybridiseren middenveldorganisaties? De organisatieleer schuift een aantal kaders naar voor die we in vraagvorm (hypotheses) kunnen projecteren op het Vlaamse middenveld. We onderscheiden twee stromingen.

De eerste stroming stelt dat het gedrag van een organisatie hoofdzakelijk wordt bepaald door de omgeving. We kunnen deze stroming opnieuw in twee theoretische kaders opdelen. Een eerste kader, de institutionele theorie, argumenteert dat organisaties conformeren aan de heersende regels, normen en waarden binnen hun organisatorisch veld. Bijvoorbeeld, indien organisatie X een contract, overeengekomen met organisatie Y verbreekt, dan verliest organisatie X een deel van haar legitimiteit. Zij hebben een heersende norm (“een contract moet nageleefd worden”) verbroken zodat een derde partij twee keer zal nadenken alvorens met organisatie X in zee te gaan. Onderzoek onderscheidt drie vormen, nl. een dwingende, mimetische en normatieve vorm. Een tweede kader stelt dat het gedrag van organisaties hoofdzakelijk gericht is op het verwerven van werkingsmiddelen. In tegenstelling tot de institutionele theorie – die gelijkvormigheid beklemtoont – stelt deze theorie dat organisaties – naast conformeren – ook de capaciteit hebben om zich te verzetten tegen externe verwachtingen. 

De tweede stroming in de literatuur duidt op het belang van interne elementen. Zo kunnen de leeftijd, grootte, cultuur en de historische achtergrond organisatorisch gedrag beïnvloeden. Bijvoorbeeld, een gangbare hypothese in het onderzoek is dat naarmate de leeftijd van een organisatie vordert, een organisatie minder veranderingsgezind zal zijn. We concluderen dit onderdeel door te duiden op het belang om externe (omgeving) en interne (organisatie) variabelen te combineren om organisatorisch gedrag te verklaren.

Organisatorische effecten

Een middenveldorganisatie kan op verschillende manieren en meerdere niveaus hybridiseren. Bijgevolg bevat de literatuur een veelheid aan overlappende concepten die de toenadering tussen middenveld, markt en gemeenschap beschrijven.

Hybridisering richting de markt kan zich manifesteren op twee organisatorische niveaus. Enerzijds kan het wijzen op het groeiende belang van financiële doelstellingen ten opzichte van de sociale missie (economisering). De opkomst van verdienmodellen in de non-profit sector is vaak de eerste associatie die gemaakt wordt in het publieke debat. Anderzijds kan hybridisering richting de markt waarneembaar zijn doorheen de organisatiestructuur. Deze, vaak subtielere, dynamiek wordt voortgedreven door het geloof dat een organisatie ideaaltypisch gemodelleerd wordt in overeenstemming met de heersende marktprincipes om goede prestaties neer te kunnen zetten (managerialisme). De sociale onderneming situeert zich het snijpunt tussen economisering en managerialisme. Het combineert een verdienmodel met een ‘vermarkte’ organisatiestructuur.

In het algemeen is de literatuur kritisch over de organisatorische gevolgen van hybridisering tussen middenveld en markt. Onderzoekers waarschuwen in het bijzonder voor missiedrift (de activiteiten komen niet overeen met de missie), afhankelijkheid van marktcycli en spanningsvelden tussen professionals en stakeholders.

In tegenstelling tot de overvloed aan literatuur over de toenadering tussen middenveld en markt blijft het hybride veld tussen gemeenschap en middenveld in de non-profit management literatuur tot op heden onderbelicht. Dit onderdeel – eerder exploratief dan analytisch – gaat dieper in op burgerinitiatieven, commons, coproductie en coöperatieven.

Conclusie

De literatuur omtrent hybridisering van middenveldorganisaties richting de markt en – in mindere mate – richting de gemeenschap – kent een uitgesproken Angelsaksische focus. Context is belangrijk. Bevindingen, al dan niet empirisch geschraagd, zijn altijd (maar) aangetoond voor een bepaalde sector in een bepaald land. Daarnaast is het onderzoek vaak conceptueel van aard; het bouwt voort op algemene en theoretische inzichten zonder (nieuw) empirisch materiaal aan te boren.

Er is nood is aan meer empirisch onderzoek over de gevolgen van hybridisering richting de markt op de interne structuur, beheer en werking van middenveldorganisaties in de Europese – en specifiek Vlaamse – context.  CSI Flanders beoogt hierin de komende jaren een belangrijke bijdrage te leveren. In het vervolgonderzoek concentreren we ons op drie vragen:

  1. Hybridiseert een organisatie richting de markt?
    • Indien zo, in welke mate?
    • Op welk organisatorisch niveau – missie, governance, management – manifesteert dit fenomeen zich?
  2. Wat zijn de oorzaken?
  3. Wat zijn de effecten op de missie, bestuur, management?